Uitleg model

Hoe werkt het model Gebiedsdekkende voorzieningen?

Het doel van de methodiek is gemeenten te helpen om op basis van objectieve informatie, onderbouwde keuzes te maken op het gebied van wonen, werken en welzijn.  Het model steunt op drie pijlers:

Model GDV klein

De werkwijze bestaat uit drie stappen. Vooraf bepalen deelnemers welk vraagstuk er ligt, en wat het beschouwingsgebied is. Het is goed om vooraf scherp te hebben welke vraag met behulp van de methodiek beantwoord moet worden.

Het model is met hulp van het handboek zelfstandig te gebruiken. Bijbehorende software en documenten kunnen (kosteloos) via Stimuland aangevraagd worden.

STAP 1: Waarden en diensten

Vervolgens wordt een verband gelegd tussen de (mogelijke) voorzieningen en diensten en hun maatschappelijke waarde. Deelnemers geven zelf aan welke diensten in een gebied aanwezig zijn en welke waarden in hun gebied van belang zijn. Het is belangrijk om deze waarden in zorgvuldige afstemming met elkaar te bepalen.

Sheet 4

Aan de hand van de techniek Formele Concept Analyse wordt een verband gelegd tussen waarden en voorzieningen.
handboek fig 6

Deze verbindingen geven inzicht in welke diensten bijdragen aan het versterken van waarden en welke waarden. Zo kan de dienst Mantelzorg meerdere waarden, bijvoorbeeld sociaal ontwikkelen, ontmoeten, actief bezig zijn, sociaal verbinden. Ook wordt duidelijk welke diensten specifieke waarden ondersteunen.

STAP 2: Vraag en aanbod

De tweede stap is het meest intensief. Vraag en aanbod worden in beeld gebracht door diensten te verbinden aan maatschappelijke doelgroepen. Dit waarderen gebeurt aan de hand van verschillende criteria, die een kwalitatieve en een kwantitatieve component in zich dragen. Er wordt op vier criteria gescoord. Er wordt hierbij gekeken naar de actuele en toekomstige situatie (tussen de vijf en tien jaar).

sheet 9

In een eenvoudig excellbestand kunnen de stappen om tot een goede score te komen, worden doorlopen. De definities van de criteria en de doelgroepen worden vooraf door de deelnemers vastgesteld.

 STAP 3: Toekomstige ontwikkelingen

In de derde stap wordt inzichtelijk hoe benoemde verbanden tussen diensten en waarden en inzicht in vraag en aanbod zich voor diensten zullen ontwikkelen, rekening houdend met de verschillende doelgroepen.

Uitkomst van het zogenaamde ‘numbercrunching’ in stap twee zijn eenvoudige grafieken, die laten zien hoe de vraag naar diensten per doelgroep zich zal ontwikkelen, afgezet tegen de noodzaak aan bijkomende gebiedsdekkendheid. Met andere woorden: hoe is de verhouding tussen de economische haalbaarheid en de mogelijkheid per doelgroep om een dienst te bereiken.

Per doelgroep of per dienst/geclusterde groep diensten, kan de ontwikkeling van de vraag in beeld worden gebracht.

sheet 15

Vervolgens kan het model ook nog inzichtelijk maken of er, vanuit deze uitkomsten, actie is gewenst.

sheet 16
Nu is eenvoudig te zien of er geïnvesteerd moet worden: hetzij in geld, kennis, outsourcen of juist bundelen van diensten en voorzieningen. Wat volgt is een uitgebreid verslag van de doorlopen stappen, een beeld van de gewenste grafieken en inzicht in oplossingsrichtingen.

Deze kennis kan door deelnemers worden gebruikt om bijvoorbeeld:

  • Een vertaling te maken naar een passend aanbod aan fysieke ruimten voor diensten
  • Ontwikkelen van beleid voor specifieke doelgroepen
  • Te vertalen na een regionale toekomstvisie